Logo Universiteit Utrecht

Van Onderzoek naar Schrijfadvies

Negaties

Direct naar…
Knop advies Knop toelichting Knop literatuurlijst

 

1. Inleiding: waar gaat het om?

Negaties zorgen ervoor dat een woord of zin zijn tegenovergestelde betekenis krijgt. De oorspronkelijke betekenis wordt dus ‘ontkend’. Negaties worden daarom ook wel ontkenningen genoemd. Negatie kan worden toegepast door een negatie-element toe te voegen aan de zin, zoals het woordje niet in het onderstaande voorbeeld.

(1) Bas is aardig.
(2) Bas is niet aardig.

Er zijn ook andere soorten ontkenningen. Zo kunnen negatie-elementen ontstaan door samensmelting met het woord niet, zoals geen (‘niet een’), niets (‘niet iets’) en nooit (‘niet ooit’). Daarnaast kunnen sommige bijvoeglijke naamwoorden een negatief voorvoegsel krijgen, zoals onbeleefd en informeel.

Negatie kan voor problemen zorgen bij lezers, bijvoorbeeld omdat het lastiger wordt om de zin goed te verwerken of te onthouden.

2. Wat is het advies?

  • Vermijd negatie zo veel mogelijk, en dan vooral het woordje niet. Je kunt dit bijvoorbeeld doen door een woord te gebruiken dat zelf al een negatieve betekenis heeft.
kruisje Bas vond het niet leuk dat Marieke bij hem had gespiekt.
vinkje Bas vond het vervelend dat Marieke bij hem had gespiekt.
  • Je kunt negaties niet altijd vermijden. Zorg in dat geval dat de zin met de negatie ingeleid wordt door de context, zodat de lezer al kan voorspellen welke betekenis die zin gaat hebben. De negatie is dan ‘logischer’ en dus gemakkelijker te verwerken en te onthouden.
kruisje Bij de laatste toets had Marieke afgekeken bij Bas. Dat vond Bas niet leuk. Hij is al heel lang vrienden met Marieke.
vinkje Bij de laatste toets had Marieke gespiekt bij Bas. Bas vindt spieken oneerlijk, en hij leert zelf altijd heel hard. Daarom vond Bas het niet leuk dat Marieke bij hem had gespiekt.
  • Negaties met on- (oneerlijk, onvriendelijk) zijn minder belastend dan niet. Die hoef je dus niet per se te vermijden. Let er wel op dat er niet meerdere negaties in één zin staan.
kruisje Marieke doet verder nooit iets oneerlijks.
vinkje Marieke houdt zich verder altijd aan de regels.

3. Toelichting: wat is er onderzocht?

 

Icoon begripBegrip

Veel onderzoek naar negaties richt zich op het begrip. ‘Begrip’ is in dezen echter een vage term. Negaties zijn in veel gevallen immers niet lastig; de meeste lezers zullen woorden als niet, niemand en onduidelijk begrijpen. Onderzoekers richten zich daarom niet zozeer op het begrip van negaties, maar op het onthouden en reproduceren ervan.

Maar waarom zouden lezers negaties überhaupt vergeten? Dit kan te maken hebben met de manier waarop negaties worden opgeslagen in het geheugen. Sommige theorieën stellen dat een negatie en het bijbehorende element worden opgeslagen als twee losse onderdelen.[1] De zin Bas is niet aardig zou dus worden opgeslagen als ‘Bas is aardig’ en de ontkenning hiervan. Hierbij ontstaat het risico dat de ontkenning wordt vergeten, maar het bijbehorende element wordt onthouden. Men onthoudt dan de tegengestelde betekenis van de zin.

De onderzoeksresultaten zijn niet eenduidig. In een onderzoek uit 2013 liet men 56 studenten tijdschriftartikelen lezen, met in de laatste zin al dan niet een negatie. Daarna werd begrip getest. Bij artikelen met negatie maakten de studenten ruim twaalf procent meer fouten dan bij artikelen zonder negatie.[2]

In twee andere onderzoeken waren de effecten kleiner of niet significant. Bij een experiment in 2014 maakten tachtig facebookgebruikers (gemiddeld 33 jaar oud) gemiddeld slechts drie procent meer fouten na negaties dan na bevestigingen.[3] Zij lazen een bijsluiter met daarin meerdere negaties. In een onderzoek uit 2009 lazen 54 studenten en 54 ouderen losse zinnen met en zonder negatie. Uiteindelijk bleek niet negatie begrip te voorspellen, maar de capaciteit van het werkgeheugen.[4]

In een onderzoek uit 2008 werd de invloed van het geheugen vergroot, door een pauze in te bouwen tussen de leestaak en de begripstaak. De deelnemende studenten en ouderen lazen een lijst met gezondheidsadviezen. 45 minuten later kregen ze dezelfde lijst met een paar aanpassingen, en moesten ze per advies beoordelen of dit hetzelfde of veranderd was. Het resultaat: op stellingen met niet werden meer fouten gemaakt, vooral door ouderen.[5] Zij vergaten vaker het woordje niet. Een stelling als “Neem dit medicijn niet voor het eten in” werd dan “Neem dit medicijn voor het eten in”. In totaal maakten ouderen ongeveer veertien procent meer fouten op oorspronkelijk negatieve adviezen dan oorspronkelijk positieve.

 

Icoon verwerking

Verwerking

Verwerking van negaties is veelvuldig onderzocht. Vaak werd gekeken naar de snelheid waarmee proefpersonen de betekenis van zinnen met negaties kunnen vaststellen, bijvoorbeeld door zo snel mogelijk een vraag over de zin te beantwoorden.

Negaties met ‘niet’. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de invloed van het woord niet, door zinnen als ‘X is Y’ te vergelijken met ‘X is niet Y’. De proefpersonen waren meestal studenten, en een enkele keer verschillende hogeropgeleiden. Herhaaldelijk bleek dat het woordje niet zorgde voor een vertraagde beoordeling van de betekenis van de zin.[6,7,8,9] Ook zorgde het ervoor dat proefpersonen onder tijdsdruk meer fouten maakten in hun beoordeling.[1] Dit duidt erop dat het langer duurt om een zin met niet te begrijpen dan een zin zonder niet.

Om te testen hoeveel vertraging het woordje niet precies veroorzaakt, zijn twee onderzoeken uitgevoerd waarbij een pauze van anderhalve seconde werd ingebouwd tussen het lezen van de zin en het beoordelen van de betekenis. Er bleek dat het vertragende effect van niet na deze pauze was verdwenen.[6] De vertraging die niet oplevert lijkt dus maar van korte duur. Wel blijft het de vraag of dit ook geldt voor zwakkere lezers, omdat de genoemde resultaten zijn verkregen onder universitaire studenten. Het blijft dus mogelijk dat de vertraging onder zwakkere lezers groter is.

In 2006 werd de rol van context onderzocht bij het verwerken van een ontkenning. In totaal lazen honderd studenten korte verhaaltjes met in de laatste zin het woordje niet. Er bleek dat dergelijke zinnen even snel gelezen werden als bevestigende zinnen, zolang uit het verhaal bleek wat er in de laatste zin zou gaan gebeuren.[10] Context lijkt hiermee een oplossing voor het vertragende effect van negaties.

Andere negaties. Behalve niet kunnen ook andere woorden of woorddelen functioneren als negatie. In een onderzoek uit 1976 werden zinnen met verschillende soorten negaties vergeleken met hun positief geformuleerde tegenhangers. Studenten moesten beoordelen of de zin logisch of onlogisch was. De geteste negaties waren:

  • Niemand (type: samenvoeging niet + onbepaald voornaamwoord)
  • On- (type: negatief voorvoegsel: ongeschikt, ongelukkig, etc.)
  • Niet

Het toevoegen van een negatie zorgde altijd voor een tragere beoordeling, en dus een tragere verwerking van de betekenis.[9] De negaties leken ongeveer even moeilijk.

In een poging een oplossing te bieden, ging men in een tweede experiment op zoek naar een alternatief voor negatieve voorvoegsels. De verwerking van woorden als veilig en onveilig werd vergeleken met die van een negatief synoniem, zoals gevaarlijk. Dit bleek echter niets op te lossen: gevaarlijk en onveilig werden even snel verwerkt. Sterker nog: er was geen verschil meer met de positieve formulering (zoals veilig). Dit ontbrekende effect van on- is niet alleen in strijd met het eerste experiment, maar ook met eerder onderzoek. Hieruit bleek weliswaar dat on- makkelijker te verwerken is dan niet, maar nog steeds moeilijker is dan een bevestiging.[8] Het blijft dus onduidelijk in hoeverre een negatief voorvoegsel problemen oplevert, en voor welke lezers (hier: wo-studenten).

Dubbele ontkenning. Wanneer je negaties met elkaar combineert, ontstaat er een dubbele ontkenning. Een dubbele ontkenning heeft weer een positieve betekenis, zoals voorbeeldzin (3):

(3) Bas is niet onaardig.

In het eerder beschreven onderzoek uit 1976 zijn niet alleen de effecten van verschillende soorten negaties getest, maar ook de effecten van verschillende combinaties. Er bleek dat met iedere toegevoegde negatie de zin moeilijker werd.[9] Dat de combinatie niet + on- trager verwerkt wordt dan een enkele negatie, bleek al uit eerdere experimenten.[8] Hieruit bleek ook dat onder tijdsdruk dubbele negaties meer fouten veroorzaakten in begripsvragen. Enkele negaties hadden dit effect niet. Het lijkt dus duidelijk dat meerdere negaties in een zin de verwerking moeilijker maken.

 

Icoon waarderingWaardering

De waardering van negaties is amper onderzocht. Alleen in het eerder genoemde bijsluiteronderzoek gaven de proefpersonen hun mening over de tekst. De versie met negaties bevatte meerdere, verschillende negaties (het precieze aantal wordt niet genoemd). Die versie werd slechter gewaardeerd dan de versie zonder negaties qua complexiteit, leesbaarheid en algemene waardering.

Literatuur

1 Mayo, R., Schul, Y., & Burnstein, E. (2004). “I am not guilty” vs “I am innocent”: successful negation may depend on the schema used for its encoding. Journal of Experimental Social Psychology, 40(4), 433-449.

2 Margolin, S. J. (2013). Can Bold Typeface Improve Readers’ Comprehension and Metacomprehension of Negation? Reading Psychology, 34(1), 85-99.

3 Burgers, C., Beukeboom, C. J., Sparks, L., & Diepeveen, V. (2014). How (not) to inform patients about drug use: use and effects of negations in Dutch patient information leaflets. Pharmacoepidemiology and drug safety.

4 Margolin, S. J., & Abrams, L. (2009). Not may not be too difficult: The effects of negation on older adults’ sentence comprehension. Educational Gerontology,35(4), 308-322.

5 Wilson, E. A., & Park, D. C. (2008). A case for clarity in the writing of health statements. Patient education and counseling, 72(2), 330-335.

6 Kaup, B., Lüdtke, J., & Zwaan, R. A. (2005). Effects of negation, truth value, and delay on picture recognition after reading affirmative and negative sentences. In Proceedings of the 27th annual conference of the cognitive science society (pp. 1114-1119). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum.

7 Paradis, C., & Willners, C. (2006). Antonymy and negation—The boundedness hypothesis. Journal of Pragmatics, 38(7), 1051-1080.

8 Sherman, M. A. (1973). Bound to be easier? The negative prefix and sentence comprehension. Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior, 12(1), 76-84.

9 Sherman, M. A. (1976). Adjectival negation and the comprehension of multiply negated sentences. Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior, 15(2), 143-157.

10 Lüdtke, J., & Kaup, B. (2006). Context effects when reading negative and affirmative sentences. In Proceedings of the 28th annual conference of the cognitive science society(pp. 1735-1740). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.